Tuchtrechtspraak

Tuchtrechtspraak Badminton Nederland

De Tuchtrechtspraak binnen Badminton Nederland is onafhankelijk. Er bestaan twee commissies die zich hiermee bezig houden, de Tuchtcommissie Badminton Nederland en de Commissie van Beroep Badminton Nederland, hierna te noemen Tuchtcommissie en Commissie ven Beroep. De onderstaande informatie is globaal en heeft geen rechtsgronden. Voor de specifieke regels van het tuchtrecht wordt verwezen naar het Tuchtreglement. 

Klik hier voor een printbaar document van onderstaande beknopte uitleg.

De onafhankelijkheid van de tuchtrechtspraak 

De Bondsvergadering benoemt de leden van de Tuchtcommissie en de Commissie van Beroep voor een zittingstermijn van 3 jaar. De leden zijn aansluitend herkiesbaar.  Leden van het Bondsbestuur mogen geen deel uitmaken van een van de commissies. Leden van de Tuchtcommissie kunnen geen deel uitmaken van de Commissie van Beroep. De leden van een commissie mogen niet aan de behandeling van een zaak deelnemen indien zij bij de zaak betrokken zijn hetzij persoonlijk, hetzij als functionaris, hetzij als lid van een lid-vereniging die bij de zaak is betrokken.

Het werkingsgebied van het tuchtrecht 

De tuchtrechtspraak is op alle leden van Badminton Nederland van toepassing voor het berechten van overtredingen van de Statuten, van een reglement of van een besluit. De tuchtrechtspraak geschiedt met inachtneming van dit Tuchtreglementen wordt uitgevoerd door Tuchtcommissie en Commissie van Beroep.  Uitzonderingen: Overtredingen van een dopingbepaling of seksuele intimidatie  Deze worden berecht door de Tuchtcommissie en Commissie van Beroep van het Instituut Sportrechtspraak (ISR). Die tuchtrechtspraak geschiedt op basis van het Tuchtreglement en het Dopingreglement van het ISR. Voor informatie over de betreffende procedures wordt verwezen naar de website van het ISR.  Overtredingen van wedstrijdbepalingen  Deze worden behandeld door de Landelijke Commissie Wedstrijdzaken LCW (bondscompetitie en toernooien van nationaal belang) en de Regionale Commissies Wedstrijdzaken RCW (regiocompetitie en regionale toernooien). De Tuchtcommissie treedt in deze gevallen op als beroepscommissie.

Op welke gronden een aangifte kan worden gedaan 

Als overtreding wordt beschouwd elk handelen of nalaten dat een schending oplevert van: 

  • een bepaling in de Statuten of in een reglement van Badminton Nederland;
  • een besluit van een orgaan van Badminton Nederland;
  • de geldende wedstrijdbepalingen van Badminton Nederland. 

Voorts wordt als overtreding aangemerkt elk handelen of nalaten waardoor een lid de belangen van de badmintonsport in het algemeen en van Badminton Nederland in het bijzonder schaadt.

Wie kan een aangifte doen 

Ieder lid of orgaan van Badminton Nederland dat meent dat een ander lid van Badminton Nederland een overtreding heeft begaan als bedoeld in het Tuchtreglement, kan daarvan aangifte doen bij de Tuchtcommissie.

Hoe kan een aangiften worden gedaan 

De Tuchtcommissie behandelt de aangifte in eerste instantie. Indien een van de betrokken partijen het niet eens is met de uitspraak van de Tuchtcommissie, kan de zaak aanhangig worden gemaakt bij de Commissie van Beroep door het instellen van beroep. De aangifte dient schriftelijk bij voorkeur per brief met ontvangstbevestiging naar het Bondsbureau te worden gezonden en dient zo nauwkeurig mogelijk te omschrijven welke overtreding zou zijn gepleegd, alsmede door wie, waar en wanneer dit zou zijn geschied. Voorts dienen de namen en adressen van degene die aangifte doet en van eventuele getuigen te worden opgegeven. 

Secretariaat

Het bondsbureau treedt op als secretariaat waarnaar alle correspondentie moet worden gezonden. De bondsdirecteur wijst een secretaris aan van de Tuchtcommissie en van de Commissie van Beroep. De secretaris is geen lid van deze commissies. Hij voorziet de aanbrenger van de aangifte en de aangeklaagde van gevraagde informatie en verleent administratieve ondersteuning aan de commissies. Hij heeft geen invloed op de behandeling van de zaak. 

Hoe ziet de procedure er uit 

De algemeen voorzitter van de Tuchtcommissie of Commissie van Beroep bepaalt of de betreffende commissie bevoegd is van de zaak kennis te nemen. Een commissie is bevoegd een aangifte in behandeling te nemen indien is voldaan aan de volgende vereisten: 

  • de aangifte dient tijdig te zijn ingediend;
  • de naam van de aangever dient bekend te zijn;
  • de aangever dient de aangifte te hebben ondertekend;
  • de aangever dient lid dan wel een orgaan van Badminton Nederland te zijn;
  • de aangifte dient een strafbaar feit te bevatten. 

Zodra de algemeen voorzitter van Tuchtcommissie of Commissie van Beroep meent dat de zaak in behandeling kan worden genomen maakt hij een tenlastelegging op en stuurt deze tezamen met de eventuele aangifte en bijbehorende stukken aan zijn commissie. De algemeen voorzitter doet hierna mededeling aan de aangeklaagde en zendt een kopie van deze mededeling aan degene die de zaak aanhangig heeft gemaakt bij de commissie. Deze mededeling bevat:

  • de overtreding, die de aangeklaagde ten laste wordt gelegd, alsmede vermelding van tijd en plaats waarop deze zou zijn begaan;
  • een opgave van de termijn waarbinnen de aangeklaagde een verweerschrift kan indienen;
  • een opgave waar en wanneer de aangeklaagde de stukken kan inzien;
  • en voor zover van belang en mogelijk: de door de commissie opgeroepen getuigen. 

Mondelinge zitting

De commissie bepaalt datum, uur en de plaats waar de zaak mondeling zal worden behandeld. De mondelinge behandeling vindt zo snel mogelijk plaats, maar uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de aangifte of het beroep, tenzij bijzondere omstandigheden dit onmogelijk maken.

De secretaris van de commissie roept de aangeklaagde en andere personen, van wie de commissie of de algemeen voorzitter de verschijning nodig acht, op door middel van een aangetekende brief met inachtneming van een termijn van ten minste zes werkdagen, de dag van de verzending en die van de behandeling niet meegerekend. 

De mondelinge behandeling door de commissie kan uitsluitend worden bijgewoond door aangeklaagde en diens raadsman en door toehoorders, tenzij de commissie anders beslist. Indien de commissie geen mondelinge behandeling nodig acht, kan deze achterwege blijven, mits aangeklaagde hierin vooraf schriftelijk heeft toegestemd. 

Verweer

De aangeklaagde mag binnen zes werkdagen schriftelijk verweer voeren tegen hetgeen hem is ten laste gelegd.

Wraking 

Indien de aangeklaagde van mening is dat een commissielid dat ter behandeling van zijn zaak is aangewezen daartoe niet bevoegd is, dan wel dat van het desbetreffende lid niet een onpartijdige beoordeling en beslissing te verwachten is, kan hij bij de algemeen voorzitter van de Tuchtcommissie zijn bezwaren tegen de aanwijzing van dat lid kenbaar maken.  Deze mogelijkheid bestaat ook voor de procedure bij de Commissie van Beroep. 

Straffen

Als straffen kunnen worden opgelegd: berisping, geldboetes, het verloren verklaren van een wedstrijd of partij, het in mindering brengen van wedstrijdpunten, uitsluiting voor de duur van ten hoogste drie jaar, het ontnemen van de plaats van een bepaald team in het competitie-verband aan de betrokken vereniging, het tijdelijk of definitief ontzeggen van het recht tot het uitoefenen van een of meer functies in Badminton Nederland of in de vereniging van de betrokkene, schorsing voor de duur van ten hoogste drie jaar, royement als lid van Badminton Nederland. 

Beraadslaging

De beraadslaging over de tenlastelegging geschiedt zo mogelijk direct na het sluiten van de behandeling. De beraadslaging vindt niet in het openbaar plaats. De commissie beslist met meerderheid van stemmen. Indien de Tuchtcommissie van oordeel is dat de tenlastelegging ongegrond is, spreekt zij de aangeklaagde vrij. 

  • Indien de Tuchtcommissie van oordeel is dat de tenlastelegging gegrond is, bepaalt zij welke straf wordt opgelegd.  
  • Indien de Commissie van Beroep van oordeel is dat de uitspraak van de Tuchtcommissie in gehandhaafd kan blijven, bevestigt zij de uitspraak. 
  • Indien de Commissie van Beroep van oordeel is dat een uitspraak van de Tuchtcommissie niet gehandhaafd kan blijven, wijzigt zij deze uitspraak en bepaalt zij welke straf aan de aangeklaagde wordt opgelegd. 
  • Indien de commissie de tenlastelegging feitelijk gegrond oordeelt, maar tevens van oordeel is dat de aangeklaagde geen enkel verwijt treft, kan zij het feit bewezen verklaren zonder oplegging van enige straf. 
  • Een commissie kan in haar uitspraak een tijdens een partij door de scheidsrechter genomen beslissing niet herzien.
  • De commissieleden en de secretaris dienen over hetgeen tijdens de beraadslaging is besproken geheimhouding te bewaren. 

Uitspraak 

De commissie doet uiterlijk tien werkdagen na het sluiten van de behandeling schriftelijk uitspraak. In de uitspraak wordt onder meer vermeld:

  • de tenlastelegging;
  • of een overtreding is bewezen geacht, en zo ja welke overtreding;
  • voor welke overtreding(en) een straf is opgelegd;
  • vanaf welke datum de straf ten uitvoer zal worden gelegd;
  • binnen welke termijn van de uitspraak en bij welk orgaan, alsmede op welke wijze beroep kan worden ingesteld. 

De uitspraak bevat tevens de overwegingen die tot de uitspraak hebben geleid. De uitspraken van de Tuchtcommissie en van de Commissie van Beroep worden geheel of gedeeltelijk gepubliceerd in de Officiële Mededelingen van Badminton Nederland. De uitspraken van de Commissie van Beroep, alsmede van de Tuchtcommissie, indien daarbij niet tijdig beroep is ingesteld, zijn onherroepelijk en voor alle leden van Badminton Nederland bindend.

Beroep 

Indien een straf wordt opgelegd door de Tuchtcommissie bij zaken die rechtstreeks zijn aangebracht is beroep mogelijk bij de Commissie van Beroep.  Indien de Tuchtcommissie uitspraak heeft gedaan in zijn functie van beroepsinstantie voor door de LCW en RCW opgelegde straffen is geen beroep meer mogelijk.

Je maakt gebruik van een verouderde browser!

Update je browser om deze website correct weer te geven. Update mijn browser nu

×